31/01/2026
😊
Lang voordat ik zadelpasser werd, werkte ik als docent Nederlands op een school voor blinden en slechtzienden. Een baan die je niet zomaar “werk” kunt noemen, omdat hij onder je huid kruipt. Intens, want letterlijk dagelijks had ik te maken met leven en dood.
In die tijd was er Bart. Vier jaar lang had ik hem in de klas. Brabander Bart met retinitis pigmentosa. Bart die vooral gewoon Bart was: een goeie gast, droog gevoel voor humor, beetje eigenwijs, beetje stoer, precies zoals pubers horen te zijn. Ja, ook met een mislukte pubersnor. Bart moest zijn weg leren vinden in het land der slechtzienden, een land waar je niet vrijwillig naartoe verhuist.
Bart wilde automonteur worden. Met zijn handen werken, sleutelen, dingen snappen, dingen maken. Bart was ook een beetje lomp en scheurde op eigen terrein graag rond op zijn brommer. Maar ja, slechte visus hè. Het feestje van automonteur ging niet door. Zo’n moment waarop dromen ineens botsen met dossiers, regels en realiteit. En waarop je hoopt dat iemand niet blijft hangen in wat niet kan. Bart verdween met zijn welverdiende vmbo-diploma van school en uit mijn beeld. Ik vertrok na tien jaar bij de school, zwierf wat rond op reguliere scholen en besloot uiteindelijk na vijftien jaar onderwijs fulltime zadelpasser te worden. Dat was mijn droom.
En toen, jaren later, reed ik met mijn zelfbetaalde bus als zadelpasser door Zundert. Muziekje aan, hoofd bij het werk, tot mijn oog viel op een gevel met een knots van een fiets in de voortuin. “Gewoon Bart, rijwielhandel.” Ik remde bijna instinctief. Gewoon Bart. Die naam. Dat kon geen toeval zijn. En ja hoor: dát was hem. Mijn Bart! Niet meer in een klaslokaal, niet meer zoekend naar zijn plekje in dit leven, maar daar. Met een winkel. Met fietsen. Met een vak.
Ik voelde een trots, zo groot, dat ik bijna opsteeg van mijn stoel. Zo’n trots die niet van jou is, maar die je toch mag voelen omdat je een stukje hebt meegelopen. Bart die, figuurlijk gesproken, twee dikke middelvingers opstak naar zijn ogen en dacht: prima, dan doen we het anders. Geen auto’s, maar fietsen. Geen opgeven, maar doorgaan. En niet zomaar fietsenmaker, maar po*******ie een goeie ook. Gewoon Bart. Hoe perfect wil je het hebben.
Het raakte me ook omdat mijn leven inmiddels een heel andere vorm heeft aangenomen. Ik kom overal, bij maneges, bij mensen thuis, op plekken waar ik anders nooit zou komen. Niet meer op één plek binnen een school. Ik rijd niet alleen van paard naar paard, ik rijd door verhalen. Door levens. Door kruispunten van vroeger en nu. Soms letterlijk langs een herinnering die ineens tastbaar wordt, met een uithangbord en een open deur.
Ik besefte hoe bijzonder het is dat mijn vorige baan en mijn huidige baan elkaar daar, op dat moment, even de hand schudden. Dat ik als zadelpasser geconfronteerd word met iets zó positief, zó menselijks. Niet alleen paarden beter laten lopen, maar ook zelf even stilgezet worden. Herinnerd worden aan waarom mensen indruk maken. Omdat ze vallen, b***n, bijstellen en tóch doorgaan.
Bart is geen succesverhaal uit een brochure. Hij is gewoon Bart. Maar voor mij is hij het levende bewijs dat je meer bent dan wat er niet werkt. En dat sommige omwegen je precies brengen waar je moet zijn. Waarschijnlijk heeft hij geen idee, maar Bart is een klein onderdeel van mijn leven. Niet zomaar een leerling, maar iemand die ook mijn leven een beetje heeft veranderd. Hij heeft mij laten inzien dat een beperking hebben niet betekent dat je geen dromen meer kunt hebben. Enkel dat je ze wat moet aanpassen. En daar ben ik hem zeer, zeer erkentelijk voor.
Gewoon Bart Rijwiel Garage