05/02/2026
Geconditioneerd iets “leren”.
Wat er nu gebeurt rond theorie en rijopleiding is geen incident meer. Het is een systeem geworden.
Leerlingen worden in een zaaltje gezet, schouder aan schouder, vroeg beginnen, ezelsbruggetjes erin rammen, en daarna hup naar het CBR om het hoofd leeg te gooien. Geslaagd? Mooi. Certificaat binnen. Klaar. Alleen… er zit niets achter. Geen begrip, geen inzicht, geen fundament. Niks. En toch vindt iedereen het prima.
Ouders knikken tevreden, want het papiertje is binnen. Branchepartijen doen mee, want het verdient goed. En ondertussen doen we met z’n allen alsof dit “opleiding” is. Maar als je eerlijk bent, is het gewoon conditioneren. Antwoorden erin stampen zonder dat iemand snapt waarom iets zo is.
De vraag is niet of het werkt. De vraag is: wat zijn we aan het doen?
Want een leerling die zijn theorie zo haalt, kan niets verklaren. Die kan niet puzzelen, niet redeneren, niet terugvallen op begrip. Die herkent alleen een trucje. Dat levert geen zelfverzekerde bestuurders op. Dat levert onzekere mensen op die hopen dat ze het goed doen. En ja, daar zit een prijs aan. Niet alleen in kwaliteit, maar uiteindelijk ook in verkeersveiligheid.
Maar het probleem stopt niet bij die turbo-theorie.
Ook binnen de rijopleiding zelf zie je iets verschuiven. Instructeurs die meer entertainer worden dan vakman. Filmpjes maken van leerlingen die falen. Framen, lachen, posten. Het lijkt soms meer op een circus dan op onderwijs. En dat wordt dan verkocht als leuk, als herkenbaar, als marketing.
Alleen: iemand die leert, moet zich veilig voelen om fouten te maken. Niet om publiek vermaak te worden.
En vakinhoudelijk? Het niveau wisselt enorm. Er zijn vakmensen, absoluut. Maar er is ook een groep die het trucje doet. Lesje afdraaien. Examengericht praten. “Als je dit doet, zak je.” “Hier moet je opletten voor de examinator.” Alles draait om presteren op dat ene moment, niet om begrijpen wat je aan het doen bent.
En als het dan misgaat op examen, dan komt de riedel:
– De examinator was streng.
– De leerling was zenuwachtig.
– Het was druk.
– Het weer zat tegen.
Niemand kijkt nog naar de basis. Niemand zegt: hebben we iemand echt iets geleerd?
De instructeur is in veel gevallen verworden tot een soort decorstuk. Nodig om iemand naar het CBR te krijgen. Als hij aardig is, is dat mooi meegenomen. Maar waar gaat het in de les nog écht over? Over verkeersveiligheid? Over inzicht? Over verantwoordelijkheid? Of over “zo haal je je examen”?
En ondertussen blijft het verdienmodel draaien.
Snelle theorie. Snelle lessen. “In één keer slagen.” 29 lesuren. Geld terug als het langer duurt. Doorlessen in sneeuw, regen, alles, want we zijn de beste. Tot het echt gevaarlijk wordt. Dan stopt het CBR, maar de marketing stopt nooit.
Het eerlijke verhaal is simpel en niet populair:
De theorie hoort geen trucje te zijn. Het hoort een basis te zijn.
Een leerling moet leren nadenken. Verbanden leggen. Begrijpen wat hij doet.
En ja, dat kost tijd.
En ja, dat levert minder snelle successen op.
Maar dit vak is geen lopende band. Het gaat over mensen vormen die straks zelfstandig door het verkeer gaan. Dat vraagt om vakmensen. Instructeurs die inhoud hebben. Die durven te onderwijzen in plaats van te entertainen.
De kwaliteit moet omhoog. Hoe precies? Dat is een grotere discussie. Maar één ding staat vast: als we blijven doen alsof dit allemaal normaal is, verandert er niks.
En misschien is dat nog wel het pijnlijkste.
Iedereen ziet het.
Maar we hebben geleerd om het oké te vinden.
(Jan Kok).