16/11/2025
Het Beurtveer 2025 met De Goede Verwachting
Dit jaar mocht ik alweer voor de derde keer meedoen aan één van de mooiste wedstrijden van het jaar. Het Beurtveer, de 52ste editie. Voor de mensen die minder bekend zijn met Het Beurtveer een korte uitleg:
Het is een wedstrijd voor traditionele zeilschepen zoals tjalken en klippers en wordt tegelijk gevaren met de Strontrace. Bij het Beurtveer kan er gekozen worden tussen twee verschillende routes, de Lemmer- of Medemblikroute. Waarbij er een aantal verplichte havens zijn: Workum, Medemblik, Lemmer, Lelystad (sluis), Enkhuizen (sluis) en Amsterdam/Durgerdam en een aantal facultatieve havens (Blocq van Kuffeler, Hoorn, Urk en Volendam). Het doel is om alle havens zo snel mogelijk aan te doen, zonder de motor te gebruiken. Gebruik je de motor wel, dan win je per definitie het Beurtveer niet.
De wedstrijd is afgeleid van de vroegere Beurtvaart, waarbij passagiers, vracht en vee volgens een dienstregeling langs een vast traject werden vervoerd. Het was het eerste openbaar vervoer in Nederland en is eeuwenlang gebonden geweest aan vergunningen en verordeningen.
Tijdens onze beurtveerreis, waren er geen passagiers, vracht of vee aan boord, alleen de bemanning. Deze bestond dit jaar uit (van links naar rechts): Tjebbe Sirag, Piet Blaauw, Hylkje Blaauw, Bart Westerhoff, Peke Wouda, Sytske Wolthuis, Hilde Wiersma (ik dus), Johan de Boer, Jeroen de Vos, Jan Keuning, Edwin Luijf en Romke Blaauw.
Traditiegetrouw werd ik dit jaar opnieuw in het café in Stavoren gevraagd of ik weer mee zou gaan met het Beurtveer. Stiekem had ik hier al op gehoopt, en had ik de week van 20 t/m 26 oktober al vrijgehouden in mijn agenda. Ditmaal kon ik mij ook conditioneel voorbereiden, ik zou namelijk weer mee als ‘loper’. En aangezien ik weer in Stavoren woon, was er maar één plek waar ik kon zoeken om mijn hardloopschoenen.
Op het schip druppelde langzaamaan de bemanning binnen, zaterdag de eersten al, zondag nog een paar en maandag de laatsten. Na het avondeten kwamen de waterkaarten en passers op tafel. Om de juiste koers te varen, moesten de verschillende routes berekend worden. Welke volgorde van havens zou met de windrichting het voordeligst zijn? Nemen we alleen rust in Amsterdam/Durgerdam, of ook nog ergens anders? Stilletjes observeer ik de deskundigheid die hier zo openlijk over de tafel vloeit. Mijn vertrouwen in de rest is groot. Onze skipper Piet heeft ook een groot vertrouwen, niet per se waar ik het zou verwachten. Namelijk in een meeuw, het ideale punt aan de horizon om koers te houden. Ik ben benieuwd waar deze meeuw ons gaat brengen.
Aan het eind van de avond zijn de berekeningen uitgevoerd en de meeuw bepaald. Geen variabele is zeker, dus het zou wederom een spannende wedstrijd kunnen worden.
Om de spanning op zondagavond tegen te gaan was er een paar kilo aan bezigheidstherapie meegenomen; Hollandse garnalen. De verschillen de pel-technieken werden al snel duidelijk, waar de één het tempo van een Marokkaanse professional aannam, bedacht de andere zijn geheel eigen manier van pellen, waarbij de garnaaltjes uiteindelijk veranderden in een soort mousse. Met gevulde buikjes en genoeg werk voor ieders lever, kropen we onder de wol.
Maandag is de dag van de start. Iedereen stond vol goede moed op, klaar om de Tjalk in de snelste vaart naar Amsterdam/Durgerdam en weer terug te stomen. Nog even de laatste taken verdelen. Ik merk dat ik mij vertrouwelijker voel aan boord, en naast mijn taak als loper, krijg ik ook zo mijn taken op het achterdek. Mijn zin in deze editie begint te groeien en ik sta te popelen om het Soal te verlaten. Eerst nog de visserij- en strontrace uitzwaaien, touwen los, DAF aan en gaan.
De eerste haven die we aandoen is Lemmer. Rond half 6 vaart de Goede Verwachting het havengebied in. Aan de aangewezen steiger ligt al een schip, de kleine jager. Snel wordt er bepaald dat ook het riet zal voldoen als aanlegplaats. Met de opdracht om in het kluivernet te klimmen en dan met een slinger op de kant te komen, klom deze Tarzan, licht gespannen in het net. Eenmaal daar, werd er weinig geslingerd, maar vooral gehoopt dat ik geen natte voeten zou krijgen. Ik vond namelijk mijn roeping toch als struikrover toen ik kaarsrecht in het riet belandde. Met aanmoediging van onze trouwe fans en een paar sound effects van tante P, vond ik mijn weg de pier op. Deze vervolgde ik naar het havenkantoor, waar ik de ansichtkaart (bewijs dat we in de haven zijn geweest) op de post kon doen. Eenmaal terug aan boord, vloog de meeuw richting Enkhuizen en de skipper volgde.
Liever kijken we er natuurlijk niet naar, maar ditmaal kwamen ze wel van pas, de grote hoeveelheid windmolens, net buiten de haven van Lemmer. De oplettende kijker achterop kon namelijk met behulp van de windmolens, de windschiftingen zien aankomen. Het lukte om de vlagen op de goede manier op te vangen, waardoor we hoger kwamen te liggen dan De Kleine Jager. Deze voorsprong konden we volhouden tot de sluis.
Na de sluis scheidden onze waterwegen weer. Ons plan was om naar Hoorn te gaan, om hier 6 uren rust te nemen. Hierdoor zou de wind nog gunstiger zijn om naar Amsterdam/Durgerdam te zeilen. Na onze eigen havenmanoeuvre was het in de rust natuurlijk tijd om goed te hydrateren. En kregen we zelfs de kans om ‘beste stuurman’ aan wal te zijn toen ook twee andere beurtveerders Hoorn aandeden.
De volgende morgen deed de wind ‘hard to get’ door niet te draaien wanneer dit ons uit zou komen. Dit zorgde ervoor dat we twee uur later dan gepland de zeilen hesen om koers te zetten richting het zuiden. Rond koffietijd kwamen we aan in Volendam, vroeg genoeg om het dorp in rust aan te treffen. Op ons gemakje kwamen we de haven in. Touw naar de kant, loper van boord. Terwijl ik richting het havenkantoor rende, zag ik ik mijn ooghoek hoe de bemanning het schip weer in de goede richting draaide. Genoeg motivatie om een stapje harder te gaan. Loper aan boord. Konden we gelijk beginnen met een ouderwets potje touwtrekken om de haven weer te verlaten. De meeuw had weer dorst, dus werd de volgende bestemming Amsterdam/Durgerdam.
Onder de rook van Amsterdam begon de wind toe te nemen. De goede verwachting was goed en volledig getuigt toen een flinke bries besloot Romke’s woning op één oor te leggen. De stilte aan boord was niet te evenaren, maar later bleek dat de gedachtes oorverdovend waren. Er ontpopte in mij een vraag die ik niet eerder heb gehad: kan deze tjalk om? Anderen aan boord die wisten dat dit inderdaad mogelijk is, stelden zichzelf andere vragen; werkt mijn zwemvest nog? Waarom heb ik ja gezegd op het Beurtveer? En is dit het moment dat ik een huis op de wal moet zoeken? De Goede Verwachting twijfelde even, maar kwam gestaag weer overeind. De voordekkers klommen weer van elkaar af, nadat zij door de krachten van de natuur, innig bij elkaar waren gekomen. De navigator kon weer opgelucht ademhalen toen er niet meer spuitbussen en andere inboedel op hem afkwamen. De komende rust in Amsterdam/Durgerdam is wederom welverdiend.
Rusten tijdens het Beurtveer is niet zoals men in eerste instantie zou verwachten. Er zit namelijk een logica aan die verder kijkt dan wat je op dat moment nodig hebt. We verdelen de uren rust op. In slapen en het drinken van bier. De slaap hebben we nodig om de volgende nacht tot de finish door te komen. Het bier hebben we nodig om de tijd na de finish zonder nat pak door te komen. Een geleerd beurtveerder weet namelijk, zonder tolerantie is het een gevecht zonder droog eind.
Om 22:28 zeilde de Goede Verwachting met ruime wind de haven van Durgerdam weer uit. De skyline van Amsterdam laten wij achter ons en ik neurie voor de laatste keer ‘hee Amsterdam’ van Drukwerk. We maken de oversteek naar Bloq van Kuffeler. Het is zoals ieder ander jaar een verwarrend welke steiger bedoeld is als aanlegplaats. Maar naarmate we dichterbij komen, wordt het snel duidelijk. De touwen worden snel raak gegooid en ik kan veilig op de anti-slipsteiger springen. We kunnen ons geliefde IJsselmeer alweer ruiken, en zetten met de turbo (gennaker) koers richting lelijk, ik bedoel Lelystad.
De sterren staan hoog aan de hemel, de rust die al de al de gehele tijd heerst, voel je voor de wind nog iets duidelijker. Tot dat we Urk naderen. We mochten wegens drukte op de officiële aanlegplaats, aan het begin van de pier aanleggen. Er zit een aardig gangetje in het schip en zoals normaal op Urk, gaat het zoals vroeger. We missen het begin van de pier en zeilen een stukje door. Aan boord begint het duidelijk te worden dat we ook hier al mogen aanleggen. De rem moet erop. Voorop wordt er een touw gegooid en met een voelbaar geweld komt het schip stil te liggen. Ik kan van boord en deponeer de één na laatste ansichtkaart in de brievenbus vervangende emmer. Aan boord wordt er een plan van aanpak besproken om deze beruchte haven weer uit te komen. Er is gelukkig niks wat een welwillende bemanning en een aantal trossen niet kunnen. Na een kwartier kan de kluiverboom weer naar beneden. De meeuw zet koers naar Medemblik, de laatste haven van deze Beurtveer.
Het is middernacht, de vermoeidheid slaat toe. We focussen op de volgende haven, maar onze gedachten dwalen af naar een schaal ossenworst bij café Brakenboer in Medemblik. Het is van belang dat we scherp blijven, hiervoor zijn een paar schoonheidsslaapjes nodig. Het wordt verdacht stil aan boord. Opeens lijkt alles een geschikte slaapplek. Enkele ogenblikken voor de haven wordt de rust ingeruild voor strijdlust, nog één keer knallen. De wind vanuit het zuidwesten is niet erg gunstig, dus er moet geboomd worden de haven in. Het schip wordt gelijk gedraaid, dus is het mijn taak om de bemanning niet te lang te laten wachten en de eindsprint in te zetten. Met de ochtendschemer bezorg ik de laatste ansichtkaart.
De laatste oversteek brengt nieuwe energie, in ieder geval van onze navigator. Naast het doen van stemoefeningen heeft hij namelijk het hele jaar gedroomd over de grootte van de spinnaker. En het Beurtveer is niet compleet zonder deze minstens één keer te hebben gezien. We eten rookworst met snert als ontbijt met uitzicht op het grote witte doek. Er wordt hard gewerkt om deze vlieger in de lucht te houden, maar het lukt om met spinnaker en al het Soal weer binnen te varen. De finish is dichtbij en zodra we deze over zijn krijgt iedereen een welverdiende knuffel, we hebben het wederom gered. De meeuw daalt neer.
Na in het feesthoekje te zijn gestuurd worden de eerste biertjes geopend en komt de borrelplank aan dek. Iedereen moet even loskomen, eerst wordt de microfoon door sommige vriendelijk afgewezen. Het heeft eventjes nodig maar weinig slaap en alcohol zijn een gouden combi om talent te laten ontwaken. In de loop van de dag is de Goede Verwachting een vissende volkszanger en toeterende automonteur rijker. Wanneer de verhalen zo saai worden dat de verteller erbij in slaap valt, is het tijd om naar bed te gaan.
Met zweet op ons voorhoofd ploeteren we de volgende dag om de creatieve opdracht op tijd af te hebben. De projectleider geeft iedereen een taak, de visie wordt werkelijkheid: Romke’s woning bijna kopje onder, is hoe wij wind en water hebben beleefd. Ingeleverd en wel proosten wij nogmaals op deze mooie wedstrijd. Diezelfde avond is gevuld met dansen, gezelligheid en een wedstrijd waar je oehoe tegen zegt. Wat er nog meer is gebeurd, blijft binnen de veilige muren van de roef. Dan had je er maar bij moeten zijn.
Het resultaat is 2de in de havens, 2de met de creatieve opdracht en 4de van de totale Beurtveer. Iets op trots op te zijn. Ik wil graag de bemanning bedanken voor de geweldige week! En namens ons allen een grote dank aan de koks en supporters die ons er doorheen hebben gesleept. En natuurlijk aan onze geweldige sponsor Grand café De Schans, zonder jullie waren sommige talenten verborgen gebleven.