14/01/2026
We krijgen regelmatig de vraag van ouders:
“Ik ben vroeger met 10 of 15 rijlessen geslaagd. Waarom hebben leerlingen tegenwoordig zoveel meer lessen nodig? Je leert toch pas écht autorijden als je je rijbewijs hebt?”
Die gedachte is begrijpelijk, maar de rijopleiding van nu is niet te vergelijken met die van vroeger.
Tegenwoordig worden leerlingen veel zelfstandiger opgeleid. Dat betekent dat zij tijdens de rijles en het examen zelf keuzes moeten maken en besluitvaardig moeten zijn. Denk bijvoorbeeld aan het kiezen van een geschikte plek voor een bijzondere verrichting. Waar vroeger vaak letterlijk werd gezegd: “Parkeer daar maar tussen die twee auto’s”, moet een leerling nu zelf inschatten of een situatie veilig en geschikt is. Dat maakt het leerproces complexer.
Ook zijn de exameneisen veranderd. Vroeger mocht een leerling zelf bepalen welke bijzondere verrichtingen hij of zij liet zien tijdens het examen. Daardoor leerden veel rijscholen slechts een paar verrichtingen aan. Tegenwoordig bepaalt de examinator welke verrichtingen uitgevoerd worden en moet een leerling alle negen bijzondere verrichtingen veilig en correct beheersen. Dat vraagt vanzelfsprekend meer oefening en dus meer lessen.
Daarnaast moeten leerlingen leren rijden met navigatie, iets wat vroeger niet bestond. Ook krijgen kandidaten tegenwoordig technische vragen over de auto, zowel binnen als buiten, wat vroeger eveneens niet aan de orde was.
Het verkeer is bovendien veel drukker en complexer geworden. Waar brommers vroeger op het fietspad reden, rijden zij nu op de rijbaan tussen het overige verkeer. Dat vraagt extra inzicht en anticipatie van leerlingen. Daar komen tegenwoordig ook elektrische fietsen en fatbikes bij. Deze voertuigen zijn vaak stiller, sneller dan verwacht en lastig in te schatten, zeker voor beginnende bestuurders.
Ook het milieu speelt een grotere rol dan vroeger. Leerlingen moeten bewuster leren rijden: zuinig schakelen, vooruitkijken en anticiperen op het verkeer. Dit “nieuwe rijden” is inmiddels een vast onderdeel van de rijopleiding en vraagt extra aandacht en oefening.
Daarnaast is de mentaliteit in het verkeer veranderd. Waar lesauto’s vroeger vaak ruimte kregen, zien we nu vaker: je mag invoegen, maar wel achter mij. Het geduld op de weg is afgenomen, wat het rijden voor leerlingen extra spannend maakt.
Al deze factoren zorgen ervoor dat autorijden leren tegenwoordig simpelweg meer vraagt dan vroeger. Waar een snelle leerling vroeger kon slagen met 10 tot 15 lessen, ligt dat nu vaak rond de 25 lessen. Het landelijke gemiddelde ligt zelfs tussen de 40 en 50 rijlessen. Voor leerlingen zonder natuurlijke aanleg voor autorijden, of met bijvoorbeeld faalangst, rijangst of autisme, kan dit aantal nog verder oplopen.
Een rijopleiding is en blijft maatwerk. Daarom kan niet iedereen met hetzelfde aantal lessen slagen. Het belangrijkste is niet hoe snel iemand zijn rijbewijs haalt, maar dat hij of zij veilig, zelfstandig en met vertrouwen de weg op kan.