02/02/2026
Al weer even geleden Dick!!
Waren andere tijden!
Ik herinner me nog de Volvo op Lpg en een keer aan de telefoon, jij in de meldkamer, ik gaf door dat er een grote zwaan op de weg lag, bij Hoogeveen!
Ben nog altijd met Linze bevriend.
Rijkspolitie Coevorden 1975 – 1980 Deel 2
We waren nog steeds bezig met mijn eerste surveillance dag op de voormalige Rijkspolitiegroep Coevorden in 1975. Tijdens deze surveillance maakte ik ook kennis met burgemeester Hoekzema.
Een van de collega’s leidde mij vervolgens door de verschillende wijken van de oude vestingstad. Poppenhare, de Binnenvree en de Buitenvree. De Rondweg was er nog niet en dat betekende dat veel verkeer zich over de Krimweg en de van Heutszsingel richting Schoonebeek wurmde. Dit ging dan over de Europaweg via de gehuchten Weijerswold, Vlieghuis en Padhuis naar Schoonebeek.
Moet wel worden bedacht dat de intensiteit van het verkeer van 50 jaar terug niet te vergelijken was met het hedendaagse verkeer. De oliecrisis van 1973 lag nog vers in het geheugen.
Ook Steenwijksmoer werd bezocht en de Nieuwe Krim. Tjonge dat was toch heel anders surveilleren dan in Rotterdam West. Nu we de grenzen van het bewakingsgebied verkend hadden keerden we weer terug naar de binnenstad. Het werd tijd om de inwoners van Coevorden te leren kennen.
Veel inwoners van Coevorden hadden een bijnaam. Vraag me niet hoe ze daaraan gekomen waren. Vaak ging het van vader op zoon. Van een van de collega’s kreeg ik een lijstje met een aantal namen.
Een paar voorbeelden:
‘De muis’ en de jonge muis’ ‘Leugen Tinus’ en ‘De neuze’ ‘Kippie Assen’ ‘De snorre’ en ‘de poepe van Hutten’ ‘Roomijs’ en ‘stront Appie en als laatste ‘de bok van Ensing’.
Van de meesten zijn mooie verhalen te vertellen. Neem nou de laatste. De man was al wat op leeftijd en zijn zonden waren al lang verjaard. Toch waren zijn daden nog terug te vinden in de annalen van de Rijkspolitie.
De oude baas bivakkeerde bij een bekendstaande dame van middelbare leeftijd die zich liggende staande trachtte te houden. Zij was daar ook heel open over. Af en toe had de politie haar nodig en dan schreef het eigen protocol voor dat je dat maar beter met z’n tweeën kon doen. Desondanks nodigde zij je altijd uit om het gereedstaande bed te bemannen, maar ondanks de schone handdoek werd daar toch maar van afgezien. Soms is het verstandiger om geen hulp te verlenen….
Nick name
Nog een ander verhaal van iemand met een ‘nick name’. In de regio opereerde een inbreker met de respectvolle naam van een roofdier. De antecedenten kaartjes puilden uit van gepleegde feiten. Geweld tegenover wetsdienaren werd niet geschuwd en de meeste dienders van toen wisten dat ook. De man woonde destijds op Nieuw-Balinge.
Daar woonde toen ook een van de collega’s. Hij woonde nog bij zijn ouders en verplaatste zich in een witte VW Kever. Ter hoogte van de Geeserraai nabij Nieuw-Balinge raakte de politieman met zijn Kever door sneeuwval van de weg en kwam gedeeltelijk in het water terecht. Het gebeurde allemaal vlak bij de woning van de eerdergenoemde inbreker.
Gelukkig was er geen letsel bij de politieman, hooguit was zijn eigenwaarde wat van slag geraakt. Maar dat was snel weer over, want wie kwam hem helpen? Juist, de inbreker voornoemd die aanbood met zijn eigen auto hem naar Coevorden te brengen. Ziet u het voor u? De wachtmeester der Rijkspolitie zittende naast de man met de nodige antecedenten. Blijkt maar weer dat in ieder mens toch wel iets goeds schuilt.
Heel lang hebben we niet meer in de VW-kever gereden. Er werd overgegaan op Fiat 127. Jarenlang heeft het model - naast de vertrouwde VW-bus – het straatbeeld bepaald. Veel ruimte zat er niet in, maar gezien het dagelijkse gejakker in de voertuigen, waren ze toch redelijk betrouwbaar.
Regelmatig moest je voor onderhoud van de auto naar de PVD in Groningen en daar kreeg je te maken met de heer Bos.
Het beste was je met hem af als je de auto schoon aanbood voor onderhoud. Op een keer was hij in gesprek met een van ons. Het gesprek ging over de kwaliteiten van de Fiat. Toen de heer Bos erachter kwam dat de collega privé in een auto reed van Russische makelij, was de liefde snel over. Hij zei in het plat Gronings: “Een Lada? Mit joe praot ik nait meer”.
Zelf had ik als “neventaak” om de voertuigen schoon te houden. Ach, ik had er gewoon aardigheid aan om dat te doen en eerlijk gezegd doe ik dat als oldtimerliefhebber nog steeds.
‘Mooie groepsrechercheur’
De VW-bus was wel het meest gebruikte voertuig voor de surveillance. Je kon er in ieder geval droog in zitten en gemakkelijker arrestanten in vervoeren dan in de Fiat. In de winter was de VW-bus echter met geen mogelijkheid warm te krijgen. De uitrusting van de ‘dienstvoertuigen’ was voor die tijd niet echt revolutionair te noemen. De krakerige Storno mobilofoon met een spreeksleutel gelijkend op een scheerapparaat, een aantal pilonnen en voor het nachtelijk duister en mistige omstandigheden zelfs een aantal fakkels.
O, ja en een dreg met een oranjekleurig nylontouw. Dit geheel raakte ondergetekende een keer kwijt en dat was niet omdat deze attributen gebruikt waren bij een drenkeling die in de Lutterhoofdwijk was beland. Nee, er was ingebroken in een kantine op het sportveld en er werden daar mooie schoensporen aangetroffen.
Als nieuwbakken groepsrechercheur zag ik mijn kans schoon deze euvele daad snel op te lossen door met de sporen en de modus operandi van de dader te rechercheren. De technische recherche moest echter uit het verre Groningen komen, waarop ik besloot de sporen ‘veilig te stellen’ door met het nylontouw - met dreg - de schoensporen te markeren.
Eenmaal weer terug aan het bureau moest ik mij melden bij de groepscommandant. De gordijnen gingen gelukkig nog niet dicht, maar mijn werkwijze werd niet gewaardeerd met een plus.
Het dienstmateriaal was namelijk bij aankomst van de TR verdwenen en de sporen vernield. Ik hoor het de groepscommandant nog zeggen: “Mooie groepsrechercheur”!
‘Heren schrief maar op’
In de jaren ’70 was er nog nauwelijks sprake van immigranten in de samenleving die toen dus nog niet ‘multiculti’ was. Je kende de inwoners van jouw bewakingsgebied. Je had toen nog gewoon tijd en gelegenheid om preventief te surveilleren. We zaten toen nog aan de voorkant van de criminaliteit. Was er wel sprake van een incident dan werd dat toch redelijk snel opgelost omdat je de werkwijze kende van de lokale crimineel. Als er b.v. een ‘bolus’ op de plaats delict aangetroffen was, wisten we vrijwel zeker wie niet bij machte was geweest zijn behoefte door de opgelopen spanning op te houden.
Zo herkenden we ook vaak de werkwijze van een lokaal iemand. Er waren meerdere inbraken gepleegd in de oude vestingstad en het leek erop dat onze goede vriend dit op zijn kerfstok had. De jongeman werd ontboden aan het bureau aan de Spoorhavenstraat en geconfronteerd met de gepleegde feiten. “Ho, ho dat beken ik zo nog niet”, sprak hij tegenover een districtsrechercheur en mij.
Hierop werd hij aangehouden conform de bepalingen in het Wetboek van Strafvordering en werd vervolgens uitgenodigd plaats te nemen in cel 1 van het politiebureau. Bij het aanschouwen van de enge ruimte was hij er snel klaar mee. “Heren schrief maar op”, zei hij mismoedig, waarop de bekentenis van de gepleegde daden een feit was en zijn verklaring aan het papier werd toevertrouwd.
Verkering
‘Het verlenen van hulp aan degene die dat behoeven’ staat in de Politiewet 2012. Het is een kern wettelijke taak van de politie en dat betekent dat naast handhaving van de rechtsorde ook hulp wordt aangeboden aan burgers in nood. En deze aangeboden hulp kan soms heel ver gaan. Lees maar mee:
Op een zondagavond kwam een inwoner van Coevorden aan het bureau en verscheen voor het loket. Zelf stonden wij op het punt het bureau af te sluiten en de surveillance voort te zetten. De man wilde dat we hem moesten insluiten, want hij stond niet meer voor zichzelf in. Het bleek dat zijn ‘verkering’ het uitgemaakt had en de hevig ontdane man kon kennelijk moeilijk omgaan met het ontstane verdriet. “Als je mij niet insluit, spring ik in het water” sprak hij dreigend en gooide daarbij zijn schoenen door het geopende loket.
Met de kennis van de man zijn reputatie zochten we naarstig om in deze oplossingsgericht te werken. Die vonden we, nadat we hadden vastgesteld dat er geen enkel artikel van enig wetboek overtreden was en dus moesten proberen hem het bureau uit te krijgen. Communiceren dus en dat lukte, waarna de man toch richting het water liep.
Wij verlieten daarop snel - met de schoenen van de man - het bureau en keken op een afstand toe in hoeverre hij bij machte was zichzelf te herpakken. Het duurde niet lang voordat hij op zijn voornemen terugkwam en weer richting het bureau liep en zijn schoenen terugvond. Hij keek nog eenmaal door het raam van het bureau en verdween in het nachtelijk duister. Wij haalden opgelucht adem. Gecommuniceerd zonder geweld.
In deel 3 komen onder andere de geheime zenders aan de orde.
Februari 2026
Dick Scholing