05/10/2026
Het Insult
Afgelopen zomer was ik volop bezig met afvallen. Ik had een nieuwe richting gevonden in mijn leven. Aan het eind van mijn autobiografie “Tussen Vertwijfeling en Hoop” had ik beschreven hoe het na een depressieve periode weer beter met mij was gegaan. Het schrijven van mijn levensverhaal had mij geholpen om mijn leven te overzien en opnieuw vertrouwen te vinden.
Deze wandeling door mijn leven was een zelfstudie geweest. Door dit onderzoek was ik gaan inzien dat er nog hoop was. Tot deze conclusie was ik aan het eind van mijn levensverhaal gekomen en was ik klaar voor de laatste stap. Het enige wat me nog restte, was aan mijn fysieke conditie te werken en te gaan trainen.
Op dat moment woog ik 110 kilo en wilde uiteindelijk 90 kilo wegen. Ik probeerde iedere dag een halfuur te sporten in mijn sportkamer en maakte met Sam regelmatig fietstochten. Begin september was mijn gewicht teruggelopen tot 95 kilo.
Ik merkte tijdens het fietsen wel dat ik sneller last kreeg van mijn rechterarm, maar ik dacht dat dat kwam door die nieuwe bewegingen waar mijn lichaam even aan moest wennen.
Ik had overigens al langer last van mijn nek en mijn arm. Op 1 augustus had ik al eens opgezocht waar die tintelingen in mijn rechterarm vandaan konden komen. Ook hier vond ik een plausibele verklaring voor, omdat ik vooral last ondervond van deze klachten wanneer ik mijn hoofd naar beneden boog en op mijn telefoon keek.
Met het schrijven van mijn autobiografie zat ik soms uren in dezelfde houding ik had inmiddels al meer dan 400 pagina’s op mijn telefoon geschreven, herschreven, verwijderd en weer opnieuw geschreven. Ik vermoedde dat hierdoor een zenuw vanuit mijn nek was overprikkeld. Het leek een gewone, verklaarbare klacht. Ik had toen geen reden om die tintelingen in verband te brengen met wat er later zou gebeuren.
We hadden inmiddels twee elektrische fietsen gekocht en waren van plan veel te gaan fietsen. Overmoedig maakten we een dag na onze aankoop al meteen de langste fietstocht: naar Urk. We fietsten 65 kilometer en kwamen moe maar voldaan weer thuis. Sam liet zich door mijn enthousiasme meeslepen, want de week daarna reden we van Lelystad naar Biddinghuizen, vervolgens naar Dronten en weer terug naar Lelystad. Ook dat was alweer zo’n 60 kilometer. Tussendoor maakten we kleinere tochtjes over de Knardijk en door het Natuurpark.
Tijdens een van die laatste tochten ging het mis. We reden eerst door het Natuurpark en vervolgens naar de Knardijk. Ik moest een dijkje op, maar had een te hoge versnelling gekozen. Ik verloor mijn evenwicht en rolde met fiets en al zijwaarts naar beneden. Na de eerste schrik konden Sam en ik er hartelijk om lachen. Ik probeerde op hetzelfde dijkje weer op te stappen, maar ging opnieuw onderuit.
‘Je lijkt wel dronken,’ zei Sam lachend.
We stapten weer op en reden verder. Maar aan de ellende was nog geen einde gekomen. Op weg naar huis daalden we met behoorlijke snelheid een helling af. Het fietspad was pas aangelegd en de berm sloot niet goed aan op de rand van het pad. Met mijn voorwiel schoot ik van de rand af en opnieuw dook ik zijwaarts naar beneden.
Sam reed een eindje achter me en had niet gezien wat er gebeurde. Opeens zag ze me onderaan de helling liggen. Heftig geschrokken hielp ze me overeind en samen reden we, zonder verdere problemen, naar huis.
In de dagen daarna herstelde ik niet zoals ik had verwacht. Ik bleef last houden van blauwe plekken en stramme spieren en werd steeds vaker duizelig. Langzaam begon het gevoel te ontstaan dat er iets niet klopte, al kon ik nog niet benoemen wat. Toch bleef ik de klachten verklaren vanuit de val. Dat was overzichtelijker dan de gedachte dat er iets anders aan de hand kon zijn. Uiteindelijk besloot ik naar de huisarts te gaan.
Daar werd een hoge bloeddruk geconstateerd en kreeg ik een 24-uursbloeddrukmeter mee. Die heb ik overigens maar drie uur volgehouden. Ieder halfuur automatisch je bloeddruk laten meten is al geen pretje. Tijdens het geven van een rijles werd het helemaal een uitdaging.
Ondertussen merkte ik dat er meer aan de hand was. Mijn fijne motoriek ging behoorlijk hard achteruit. Vooral aan mijn handschrift kon ik dat goed zien. Toch zocht ik de verklaring nog steeds bij de val. Mijn spieren waren stram, ik had pijn en ik dacht dat mijn lichaam gewoon tijd nodig had om te herstellen. Die gedachte stelde me gerust, maar werd steeds minder overtuigend. De klachten begonnen zich niet langer te gedragen als de nasleep van een ongelukkige val. Ze namen bezit van steeds meer gewone handelingen.
De week daarna vertrouwde ik mezelf steeds minder. Op vrijdag ging ik opnieuw naar de huisarts. Dit keer werd ik uitgebreider onderzocht door een andere arts. Ik kreeg bloeddrukverlagers voorgeschreven en er werd een afspraak gemaakt met de afdeling Neurologie. Binnen tien dagen zou ik daarvoor een uitnodiging krijgen.
Zover kwam het niet.
Een dag later, zaterdag 26 september, begonnen plotseling mijn buikspieren te trillen. Ik ging op mijn rug op de bank liggen, niet wetend wat er gebeurde en ook niet vermoedend hoe snel mijn leven op dat moment zou veranderen. Daarna ging het ineens snel. Mijn rechterbeen en rechterarm begonnen hevig en ongecontroleerd te bewegen. Ook mijn hoofd trok naar rechts.
Ik hoor Sam nog roepen: ‘Ton, Ton, Ton.’ Ze probeerde me uit alle macht stil te houden.
Daarna ontbreekt er een stuk. Ik moet enige tijd buiten bewustzijn zijn geweest, want het volgende wat ik me herinner, is dat er twee ambulancebroeders en mijn buurman in de huiskamer stonden. De vertrouwde kamer waarin mijn gewone leven zich had afgespeeld, was opeens veranderd in een plek van paniek en hulpverlening. De klachten waarvoor ik dagenlang nog een alledaagse verklaring had gezocht, hadden zich in één klap onmiskenbaar gemaakt.
Met de ambulance werd ik naar het St. Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk gebracht. Daar maakten ze een CT-scan van mijn hoofd. Er was iets te zien wat daar niet hoorde te zitten. De artsen spraken op dat moment nog over een ‘massa’ in mijn hoofd. Dat ene woord was vaag, maar de angst die het opriep was dat allerminst. Vanaf dat moment was er geen sprake meer van een val die moest genezen of een zenuw die overprikkeld was. Er zat iets in mijn hoofd.
Ik werd opgenomen op de afdeling Neurologie en er volgden verschillende onderzoeken. Daarna werd een MRI-scan gemaakt. Op 29 september kreeg ik de uitslag.
Aan de linkerkant van mijn hoofd zat een gezwel van 3,6 bij 3,1 bij 3,4 centimeter. Er zat ook oedeem omheen. De artsen konden nog niet met zekerheid zeggen of het gezwel goedaardig of kwaadaardig was.
Vanwege de grillige structuur zei de dokter dat ik rekening moest houden met het ernstigste scenario.
Het gezwel zal in het UMC Utrecht worden geprobeerd te verwijderen. Het zal een wakkere operatie worden, zodat de artsen tijdens de ingreep kunnen controleren of het gebied dat belangrijk is voor mijn spraak niet wordt beschadigd. Pas nadat het verwijderde weefsel is onderzocht, zal duidelijk worden wat het gezwel precies is. Pas dan zal blijken of de angst die op de achtergrond is ontstaan, werkelijkheid is geworden. Tot die tijd blijft er een dreigende onzekerheid boven alles hangen.
Ondertussen mocht ik naar huis in afwachting van het telefoontje uit Utrecht. Maar ik merkte dat mijn coördinatie achteruitging. Het verschil met een paar dagen eerder vond ik te groot. Elke beweging leek opnieuw iets te zeggen over wat er in mijn hoofd gebeurde.
Daarom nam ik opnieuw contact op met het ziekenhuis en werd ik weer opgenomen.
De neuroloog besloot opnieuw een CT-scan te laten maken om te kijken of er meer vocht rondom het gezwel was gekomen. Dat zou een logische verklaring kunnen zijn voor mijn toenemende klachten.
De uitslag heb ik nog niet binnen, maar ik heb wel nieuwe medicijnen voorgeschreven gekregen die de toename van het oedeem moeten tegengaan.
Dinsdag zullen de intakegesprekken in Utrecht plaatsvinden. Daar zal ik horen welke stappen daarna zullen volgen. De operatie zal in het UMC Utrecht plaatsvinden. Wanneer dat precies zal zijn en hoe het verdere traject eruit zal zien, zal daarna duidelijk moeten worden.
Samen met Sam zal ik voorlopig moeten afwachten. Ik merk dat de emoties hoog zitten. In een paar dagen tijd is mijn leven volledig veranderd: van de fiets en de rijschool naar ziekenhuisopnames, onderzoeken, een operatie en wachten op antwoorden. De vanzelfsprekendheid van alledag is verdwenen.
Wat eerst nog voelde als een periode van plannen en vooruitkijken, is veranderd in wachten, vrezen en proberen grip te houden op iets wat ik niet kan overzien.
Ik zal proberen het stap voor stap te nemen. Maar tot er meer duidelijkheid zal zijn, zullen de vragen door mijn hoofd blijven gaan. Wat staat ons te wachten? Hoe zal ik uit deze operatie komen? En wanneer zal mijn leven weer enigszins herkenbaar voelen?
Ondertussen is het overweldigend om zoveel medeleven te mogen ervaren. Van alle kanten ontvang ik steun in woord en gebaar. Het maakt me weemoedig en emotioneel, en soms weet ik me geen houding te geven bij zoveel aandacht. Het lukt me dan ook niet om iedereen persoonlijk te bedanken, maar weet wel dat ik nooit zal vergeten wat jullie in deze moeilijke tijd voor mij en mijn vrouw betekenen.